“TOERONGGA” Voor C. Frans
|
|
![]() |
Jaag voort, mijn paard, mijn edel dier, jaag voort! Verbreek de eigen gelederen van weifelmoed en twijfelzucht. Uw manen waaieren als vliegende vlammen in den stormwind. Uw hoeven klauwen in de aarde als titanen, die den berg der goden bestormen. Mijn beenen omstrengelen uw rug in onstuimige omhelzing; mijn hart hijgt op het rhytme van uw brieschend gekreun. Ik heb mij met u één gemaakt: wij zijn één lijf, wij zijn één ziel en hebben niets dan ons hart en ons lijf. |