“RADJA-RESHI”
(DE KONING EN DE WIJZE)

Voor Prins Mangkoe Nagoro VII.

 

Arjuna-klein

De koning:
“Aan uw voeten, Meestern zet ik mij neer. Laat mij het woord van uw mond vernemen hoe een koning in waarheid een koning kan zijn.”

De wijze:
“Heil zij u, o Koning! Door den wijze te eeren hebt gij uw eigen waardigheid geëerd en een kostbaren steen aan uw kroonjuwelen toegevoegd.”

De koning:
“O Meester! Niet méér juwelen is mijn wensch. Zie, mijn kroon is door de hand van macht stevig gewrocht uit het zwaarste goud van rijkdom, en heerlijk versierd met de kostelijkste edelsteenen van roem en eer.
Ik wensch de pracht van mijn kroon met geen enkel kleinood te vermeêren, want zij wordt mij zwaar te dragen.

Lees verder >>>