“PATAPAN”
(DE KLUIZENAAR)

 

Arjuna-klein

Ik ben moedeloos en zonder hoop: ik ben verscheurd en gebroken als een rijsthalm onder de wreede voeten van den storm.
Ik heb het dreunend krijgsrumoer verlaten; ik wankel zonder zwaard en zonder schild over dooden, en waar mijn voeten gaan staren oogen mij aan met een wezenloozen blik.
Achter mij hijgt de strijd als een draak, die in waanzinnige kronkelingen zichzelf doodelijke wonden bijt.
Het gekrijsch der krijgstrompetten en het gegil der fluiten zwijgt; het huiveringwekkend gebeuk der bekkens is verstild.

Nu is alles geluidloos om mij heen; de boomen staan roerloos, zoo roerloos als een ontwaakte mensch, die, verlost uit een droom van ontzetting, zijn handen gevouwen houdt in zwijgend gebed.

Lees verder >>>