“KELANA”
(DE VERDWAASDE)

Voor Raden Mas Jodjana


Arjuna-klein

Ik ben de verdwaasde, de van Liefde geslagene, die huivert van verrukking als hij Uw gestalte verwacht uit den rossiggouden gloed van de ondergaande zon.
Ik heb om U geroepen, mijn Liefde; ik heb mij getooid voor Uw komst.

Gij zijt schoon; uw borsten zijn ronde heuvelen en in het dal daartusschen is schaduw en koelte.
Uw armen zijn een afgrond, waarin ik mij blindelings werpen zal.
Uw oogen glanzen over mij; Uw beenen zijn rappe gazellen, die mij dragen naar den bloeienden tuin der déwa’s, sneller dan de heilige herten.
Ik zal roekeloos meejagen in deze ijlende vlucht en Uw oogen glanzen als het zonlicht over deze wilde jacht.

Lees verder >>>