“BRATAYOEDA”
(DE BROEDERSTRIJD)

 

Arjuna-klein

De oudere broeder:
“O bloed van mijn bloed en ziel van mijn ziel! Wij zijn twee twijgen uit denzelfden stam ontsproten, twee valken uit hetzelfde nest. Dezelfde armen hebben ons gewiegd en éénzelfde hand heeft zich eenmaal zegenend op onze hoofden gelegd.”

De jongere broeder:
“Ach, hoe wreed! Hoe wreed heeft het Noodlot den broeder tegen den broeder gekeerd!
Zie, terwijl mijn pijlen naar uw borst flitsen sneller dan het hemelvuur, weent mijn hart om de wonden, die ik mijzelven heb geslagen.
Wijk mijn broeder, wijk! Ik smeek het u bij de liefde, die eenmaal als moeders oog over onze kinderspelen waakte.
Ziet gij dan niet, dat elke pijl die u schramt, mijzelven doodelijk wondt?”


Lees verder >>>